Bestuurders praten over digitale transformatie

Bestuurders praten over digitale transformatie


29 maart 2019 - Bron: Zorgvisie ICT, uitgave 2 maart 2019

Wat staat de ziekenhuizen te wachten op het gebied van zorg-ICT en e-health, en hoe kunnen bestuurders daar richting aan geven? Die vragen stonden centraal in een rondetafelgesprek van M&I/Partners met drie ziekenhuisbestuurders.

Datagedreven werken in de zorg is het thema voor een rondetafelgesprek met drie ziekenhuisbestuurders. Hoe ga je in de praktijk om met data? Hoe steek je als ziekenhuis in op uitkomstgerichte zorg? En hoe is het geregeld met het toezicht en de governance? Naast Michel Foppen, bestuurder van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond, zijn aangeschoven Eric Kroon van het Deventer Ziekenhuis en Janine Oosting van het IJsselland Ziekenhuis.

Datagedreven werken in de zorg

Dat datagedreven werken forse impact zal hebben op de zorg, daarover is iedereen aan tafel het eens. Evenals over het feit dat daarvoor nog veel obstakels uit de weg geruimd moeten worden. Een van de problemen betreft bijvoorbeeld de analyse van zorgdata en de toepassing van Artificial Intelligence. Ook al zijn machines over het algemeen goed in het herkennen van patronen, ze maken soms evidente fouten. ‘Ik zag laatst een presentatie waarin een AI-systeem de verschillen moest aanduiden tussen verschillende apen’, vertelt Janine Oosting. ‘Op een van die foto’s was geen aap te zien maar een koalabeer. Een mens ziet dat direct, maar een machine niet. Die gaat wanhopig op zoek naar aapachtige kenmerken van de koalabeer, en ziet het wezen van het verschil tussen de diersoorten over het hoofd. Je moet er niet aan denken dat IBM Watson zo’n vergissing maakt met jouw tumor als de radioloog even niet meekijkt.’ Iets vergelijkbaars geldt buiten de zorg voor auto’s zonder chauffeur, voegt Michel Foppen toe. ‘Een zelfrijdende auto van Google die een fietser doodrijdt, is wereldnieuws. Volkomen terecht natuurlijk, maar een dronken automobilist die hetzelfde doet, krijgt nauwelijks aandacht. Hoe erg dat ook is, we zijn eraan gewend dat dergelijke zaken gebeuren. De spotlights staan op toepassingen van kunstmatige intelligentie, waardoor de eisen die eraan worden gesteld veel hoger zijn. Met positieve gevolgen overigens, want je kunt maar beter kritisch zijn natuurlijk.’

Uitwisseling

Dichter bij huis blijkt het koppelen van medische gegevens een irritant probleem. Oosting: ‘In het ziekenhuis zelf zijn er weinig problemen. Maar zodra je extern wilt uitwisselen, gaat het mis. Met de huisartsen in onze regio is uitwisseling nog altijd nauwelijks mogelijk, en gek genoeg geldt hetzelfde voor de ziekenhuizen waarmee we veel samenwerken. We hebben nota bene allemaal dezelfde EPD-leverancier, en toch gaat het moeizaam. Zelfs de gemeenschappelijke poli die we met vier ziekenhuizen hebben opgezet op de locatie van het Havenziekenhuis, ondervindt daar hinder van. Wat dat betreft was afschieten van de Wet op het landelijk epd, een paar jaar geleden, een gemiste kans.' Voor deze wet kwamen nieuwe initiatieven in de plaats. Programma’s als Registratie aan de bron, het Landelijk Schakelpunt en regionale zorgnetwerken zoals Rijnmondnet lossen dit probleem echter maar deels op, aldus de ziekenhuisbestuurders aan tafel. ‘De manier van registreren is bijvoorbeeld een groot probleem,’ signaleert Eric Kroon. ‘Dat begint al op het meest basale niveau. Er zijn bijvoorbeeld legio manieren om bloeddruk vast te leggen. Als het zelfs lastig is om dergelijke schijnbaar eenvoudige zaken te regelen, dan moet je toch vaststellen dat het, ondanks alle goede bedoelingen en ondanks alle potentie van e-health, technologieën en zorg-ICT, nog wel even kan duren.’

Regierol overheid

Een grotere regierol van de landelijke overheid is gewenst, daarover zijn de bestuurders het eens. Bijvoorbeeld bij de standaardisatie van medische gegevens. Al roept Eric Kroon de vraag op voor hoe lang dat nog nodig zal zijn. ‘Software wordt zo snel zoveel slimmer, dat zorginformatiesystemen straks wellicht hun weg kunnen vinden in ongestructureerde data. Niet zover van ons ziekenhuis in Deventer is een bedrijf gevestigd dat data ontsluit uit alle mogelijke activiteiten en processen. Zij zetten als het ware een datastekker op een EPD en halen daar informatie uit op waar zorgverleners baat bij hebben. Als ik het goed heb begrepen, zijn er al zo’n 25 ziekenhuizen klant. Ook dat kan ingrijpende gevolgen hebben.’

Een ander punt van aandacht is het zogeheten eigenaarschap van medische gegevens. Dat het eigenaarschap bij de patiënt moet liggen, staat voor de bestuurders buiten kijf. Helaas is dat nog steeds niet goed geregeld. De pgo’s (persoonlijke gezondheidsomgevingen) die momenteel op basis van de MedMij-standaarden worden ontwikkeld, lossen dat probleem niet in één keer op, vrezen de gesprekspartners. Idealiter is de patiënt bij een PGO wel degelijk eigenaar van zijn data. Maar dat gaat alleen werken als de PGO-markt, waar nu nog zo’n zeventig aanbieders en potentiële aanbieders actief zijn, die ook nog eens PGO's in alle soorten en mate aanleveren, tot rust is gekomen.

‘De PGO's zullen ook goed moeten aansluiten op de informatievoorziening van het ziekenhuis’, merkt Michel Foppen op. Hij vervolgt over de sturing op informatievoorziening en ICT in het ziekenhuis. ‘We hebben onlangs een CMIO aangesteld, een linking pin tussen de ICT en de artsen, die daar een rol in kan spelen. Maar je moet natuurlijk wel oppassen dat zo iemand echt een brugfunctie blijft houden, en niet te veel ICT’er wordt en te weinig arts blijft.’ ‘Feitelijk heb je iemand nodig die af en toe de dans leidt’, zegt Eric Kroon. ‘Iemand met strategisch inzicht, die begrijpt waar het met de zorg heengaat. Maar die uiteraard ook oog heeft voor de praktische uitvoerbaarheid en de ontwikkelingsfase waarin het ziekenhuis zich bevindt. Iemand met veel kwaliteiten dus. Meestal is dat geen hoofd ICT in FWG 65, terwijl ik van collega’s soms de indruk krijg dat ze daar naar op zoek te zijn.’

Technologie

Het bedrag dat ziekenhuizen spenderen aan ICT groeit gestaag. Was dit een jaar of tien geleden nog zo’n 4 procent van het totale budget, inmiddels is 5,5 of 6 procent al heel gebruikelijk, en soms zelfs nog meer. Focus is bij dit alles van groot belang, volgens Eric Kroon. ‘Er zijn tienduizenden apps op de markt en maandelijks komen er vele honderden bij. Daar moet consolidatie in komen, anders wordt het onwerkbaar.

Uiteindelijk moeten we het wel hebben van de technologie en ICT. We lossen het niet op door de zorg naar de eerste lijn te verplaatsen, want daar raakt het systeem ook overbelast. We moeten met nieuwe problemen rekening houden, zoals chronische ziekten, maar bijvoorbeeld ook sterfte als gevolg van depressie. En dan hebben we nog te maken met de krappe arbeidsmarkt. Technologie en ICT kunnen dan helpen. In alle opzichten.’

Wat dat betreft veranderen je opvattingen, vervolgt Kroon. ‘Zelf heb ik lange tijd gedacht dat de inzet van robots in verzor- gingstehuizen eigenlijk het morele failliet van onze samenleving betekent. Maar sinds ik een paar van die robots aan het werk heb gezien, denk ik daar toch anders over. Robots brengen mensen in beweging die anders stil zouden zitten door oefeningen met ze te doen. Robots stellen vragen over hun medicijngebruik waar patiënten toch echt antwoord op moeten geven. Robots doen heel veel zinnig werk dat anders niet wordt gedaan.’

Janine Oosting haakt daarbij aan: ‘Pas zag ik een filmpje over de zorgrobot Zora. Hij stond naast een oudere patiënt die uit het raam staarde. Op een gegeven moment legde die patiënt haar arm om de robot heen. Dat was zo’n mooi beeld… Zo’n robot wil ik later zelf wel hebben als ik oud ben, dacht ik toen.’