Veel organisaties worstelen met het professionaliseren van de omgang met IT. Ontwikkelingen zoals technologische vooruitgang, schaalvergroting en samenwerking maken IT voor veel organisaties een continue uitdaging. Er wordt geïnvesteerd in de invoering van methodes en werkwijzen. Maar ook mét Prince2, SCRUM of het werken onder architectuur ontbreekt het aan grip. Hoe kan het dat al die methodes en werkwijzen daar onvoldoende aan verbeteren?
Lees verderHet is een rare combinatie van letters en cijfers, die maar weinig mensen zullen kennen. Togaf 9.1. Maar ik ken het maar al te goed. Togaf 9.1 is een certificaat dat je krijgt na een tweedaagse cursus over ict-architectuur en de principes die daaraan ten grondslag liggen. En het is een eis die sommige overheidsorganisaties stellen aan het verlenen van een opdracht.
Dat klinkt best OK, maar dat is het toch niet. Ik zal proberen uit te leggen waarom. Als bedrijf zijn we niet zo van de certificaten en de onderliggende standaarden. Niet van allemaal althans. Over het nut van ISO bestaat wat mij betreft weinig discussie. Bij ISO gaat het om de basisprincipes waarop je je werkzaamheden inricht. Dat komt de kwaliteit van het werk ten goede, want als iedereen zijn eigen basisprincipes hanteert, wordt het een rommeltje. Dan krijg je een Babylonische spraakverwarring, en we weten allemaal waar dat toe leidt: een toren van Babel die nooit wordt afgebouwd.
Sommige zijn slecht
So far, so good. Maar dan wordt het oppassen. Want er is een wezenlijk probleem met standaarden dat naar mijn idee te weinig wordt onderkend. Dat probleem is het volgende: sommige standaarden zijn goed en sommige zijn slecht.
Marktbrede standaarden zoals ISO, die betrekking hebben op de inrichting van een proces, zijn goed. Standaarden die zich richten op de manier waarop je je werkzaamheden uitvoert, zijn slecht. Ervaren mensen weten namelijk zelf heel goed hoe ze hun werkzaamheden uitvoeren. En minder ervaren mensen kunnen het 't beste van ervaren mensen leren. Gedetailleerde standaarden hebben dan weinig zin. Die worden een doel op zich. Een nodeloze en dure exercitie, die er eigenlijk vooral toe dient om potentiële opdrachtgevers gerust te stellen.
Frisse tegenzin
Togaf 9.1 is zo’n nodeloze en dure exercitie. Maar nog niet zo lang geleden bleek het een voorwaarde voor een interessante en boeiende opdracht. Dus stelde een van onze consultants voor het certificaat dan maar te gaan halen. Met frisse tegenzin deed hij mee aan een tweedaagse cursus, waar hij iets leerde wat hij allang wist.
Zonde van de tijd en van het geld, maar we konden aan de slag. Toen onze consultant later nog eens informeerde waarom hij het certificaat nu eigenlijk had moeten halen, antwoordde de opdrachtgever dat hij dat niet wist. Wat Togaf precies inhield, daarvan had hij geen idee. Maar bij een selectie horen nu eenmaal eisen, vond hij.
Toch jammer.
Terug naar het overzicht
Gerelateerde publicaties
Bij veel organisaties wordt aan het begin of tijdens een project de vraag gesteld: moeten we nog een projectstartarchitectuur (PSA) maken? Het risico van een projectstartarchitectuurplan is dat het veel te uitgebreid wordt. Jochem van Heek geeft zeven tips voor het opstellen van de projectstartarchitectuur.
Lees verder