Bij GGZ Noord-Holland-Noord wordt AI gezien als een ontwikkeling die uiteindelijk het hele zorgproces raakt. Volgens Tjeerd van Rees Vellinga, psychiater en CMIO, en Kiki de Waal, onderzoeker en projectleider AI, gaat het niet alleen om implementeren van AI, maar vooral om leren wat AI gaat betekenen voor de zorg, de organisatie en het vak van de behandelaar.
Die gedachte leidde al kort na de introductie van ChatGPT tot de oprichting van een multidisciplinair AI-team, waarin zorgprofessionals, onderzoekers, informatiemanagers, privacyspecialisten, experts op het gebied van leren en ontwikkelen en innovatieadviseurs samenwerken. Hun gezamenlijke doel is om antwoord te geven op een fundamentele vraag: wat betekent AI voor GGZ Noord-Holland-Noord?

Vroeg beginnen om voorbereid te zijn
Volgens Tjeerd was al vroeg duidelijk dat AI een grote invloed zou krijgen op de zorg. Natuurlijk als administratief hulpmiddel, maar ook als ondersteuning van klinische processen. Juist daarom wilde de organisatie vroeg ervaring opdoen. Een opvallende keuze van GGZ Noord-Holland-Noord was om al vroeg zelf met AI te experimenteren.
Nog voordat de huidige generatie AI-leveranciers voor spraakgestuurde
verslaglegging hun oplossingen aanboden, ontwikkelde GGZ Noord-Holland-Noord een eigen toepassing voor transcriptie en samenvatting van gesprekken. Hoewel die toepassing uiteindelijk niet is doorontwikkeld, kreeg de organisatie hierdoor inzicht in de mogelijkheden én beperkingen van de technologie.
Die ervaring speelde ook een belangrijke rol bij de keuze voor AI-leveranciers. “Als je zelf hebt ervaren hoe zo'n systeem werkt, hoef je niet alleen te vertrouwen op wat een leverancier vertelt", aldus Tjeerd. Volgens de geïnterviewden zijn veel oplossingen technisch vergelijkbaar. Voor hen wordt de doorslag niet gegeven door functionaliteit alleen, maar door visie, ontwikkelkracht en de bereidheid om samen verder te ontwikkelen.
Bewust geen pilot
De implementatie van spraakgestuurde verslaglegging wordt binnen GGZ Noord-Holland-Noord bewust geen pilot genoemd. Volgens Kiki suggereert een pilot dat nog moet blijken of de technologie werkt, terwijl de organisatie de werking van de technologie inmiddels voldoende kent. De vraag is nu vooral hoe de technologie het beste kan worden ingezet binnen verschillende zorgcontexten.
Daarom wordt gesproken over een startfase. Met een groep behandelaren uit alle verschillende divisies wordt onderzocht hoe en waar spraakgestuurd rapporteren het beste ingezet kan worden. De inzichten uit die fase moeten helpen om de toepassing vervolgens breed uit te rollen. Die aanpak past bij de bredere visie van de organisatie. Experimenteren is belangrijk, maar uiteindelijk moet innovatie leiden tot structurele verandering.
Vooroplopen betekent zelf uitzoeken hoe het werkt
GGZ Noord-Holland-Noord beschouwt zichzelf als één van de koplopers op AI binnen de GGZ. Volgens Tjeerd heeft dat minder te maken met omvang dan met de rol die de organisatie speelt in landelijke ontwikkelingen. Hij is medeoprichter en voorzitter van het landelijke CMIO Netwerk GGZ, vervult een actieve rol binnen verschillende landelijke AI-initiatieven en is beoogd voorzitter van de AI-commissie van de Federatie Medisch Specialisten.
Dat leiderschap heeft voordelen. Het maakt de organisatie aantrekkelijk voor medewerkers die willen vernieuwen en zorgt ervoor dat kennis actief wordt gedeeld binnen en buiten de sector. Tegelijkertijd zitten er ook nadelen aan. Als eerste een nieuwe toepassing implementeren betekent dat er weinig voorbeelden zijn om van te leren. “Soms moet je simpelweg zelf uitvinden hoe iets werkt”, zegt Kiki.
De grootste uitdaging zit niet in de techniek
Waar veel organisaties zich richten op de technologie, zien beide geïnterviewden de grootste uitdaging elders. Volgens Kiki draait het uiteindelijk om adoptie en draagvlak in alle lagen van de organisatie. Volgens Tjeerd gaat het vooral om prioriteren. Welke ontwikkelingen verdienen vandaag aandacht, terwijl de wereld morgen alweer veranderd is?
Daarnaast legt AI bestaande organisatievraagstukken bloot. Discussies over standaardisatie, governance, verantwoordelijkheden en datakwaliteit worden expliciet en urgenter gemaakt zodra AI onderdeel wordt van het dagelijkse werk. Daarmee wordt AI steeds minder een op zichzelf staand onderwerp en steeds meer onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering.
Wendbaarheid als belangrijkste strategie
Voor de toekomst verwachten Tjeerd en Kiki niet dat organisaties ooit volledig grip zullen krijgen op de AI-ontwikkelingen. Daarvoor verandert het vakgebied te snel. In plaats van een vast meerjarenplan kiezen zij daarom voor wendbaarheid. Klein beginnen, ervaring opdoen, kritisch blijven en continu blijven leren.
Volgens Tjeerd is AI daarmee vooral een leerproces. Wachten tot alles duidelijk is, werkt niet; daarvoor gaan de ontwikkelingen te snel. Organisaties die zelf ervaring opdoen, ontwikkelen een beter begrip van de mogelijkheden én de beperkingen van de technologie. “Hoe sneller je zelf leert wat AI wel en niet kan,” concludeert hij, “hoe beter je voorbereid bent op wat er nog komt.”
Terug naar het overzicht