Waarom een nieuwe EPD-wet het begin is van veel problemen, niet het einde.

Waarom een nieuwe EPD-wet het begin is van veel problemen, niet het einde.


23 december 2020

De voormalige minister Bruins voor Medische Zorg maakt al een tijd lang geen deel meer uit van het kabinet. Zijn erfenis leeft in een aantal opzichten voort. Onder zijn regie kwam eind vorig jaar een nieuw wetgevingstraject tot stand dat de digitale uitwisseling van medische gegevens moet bevorderen. Na jaren van terughoudendheid werd het tijd voor meer regie van de overheid. Dat was de gedachte achter deze stap.

Uitwisseling van data

De plannen van de minister konden destijds op veel steun rekenen, want iedereen vond het hoog tijd worden dat er iets gebeurde. Zeker nadat een aantal televisie-uitzendingen duidelijk maakte hoezeer de uitwisseling van data in de zorg achterloopt bij vrijwel alle andere sectoren van de Nederlandse economie.

Ook riepen de tv-programma’s vragen op over de marktpositie van de grote EPD-leveranciers. Met hun dure informatiesystemen en gebrek aan open standaarden zouden ze de uitwisseling van medische gegevens belemmeren. Bruins sprak in de Tweede Kamer zelfs over de onwenselijkheid van ‘woekerwinsten’ en ‘graaibedragen’.

Inmiddels is Tamara van Ark alweer een tijdje zijn opvolger en heeft ook deze portefeuille overgenomen. De verwachting is dat de nieuwe wetgeving een grotere druk zal leggen op de EPD-leveranciers om mee te werken aan de uitwisseling van medische gegevens en de koppeling van systemen.

Marktpositie EPD-leveranciers

Intussen zien de EPD-leveranciers ook wel in dat ze moeten bewegen. Onlangs vond bijvoorbeeld de koppeling plaats tussen de EPD’s van twee Friese ziekenhuizen, elk van een andere leverancier. Maar toch zit er een addertje onder het gras, want de koppelplatforms die deze uitwisseling mogelijk maken, zijn afkomstig van dezelfde leveranciers. Op deze manier versterken zij ook hun marktpositie, die volgens sommigen nu al te fors is. Toezichthouder ACM laat er daarom onderzoek naar doen, onderzoek waar in Den Haag weer met belangstelling naar wordt uitgezien.

Het zal dus al met nog wel even duren voordat de politieke besluitvorming is afgerond. En misschien is dat maar beter ook. Want als de wetsvoorstellen eenmaal concrete vormen hebben aangenomen, dan verwacht ik het nodige gedoe. Iedere betrokkene zal er iets in vinden dat de eigen werkzaamheden belemmert. Er zullen praktische bezwaren opduiken, men zal zeggen dat het voorstel lastig uitvoerbaar is, er zullen concrete bezwaren zijn op detailniveau en men zal zeggen dat andere partijen eerst moeten bewegen. Er zal worden gemopperd over de kosten en er zal worden gemopperd over extra administratieve lastendruk.

Ook daar moeten we over nadenken in de zorg. Natuurlijk moet de overheid gegevensuitwisseling mogelijk maken. Natuurlijk moeten de EPD-leveranciers zich netjes gedragen. Maar we moeten als zorgverleners en zorginstellingen ook ons steentje bijdragen. Iedereen wil graag verandering maar niemand wil er last van hebben. Zo werkt het helaas niet. Verandering wordt pas echt een succes als je zelf meedoet.

Grote uitdaging

2020 was een heel bijzonder jaar. Een jaar waarin iedereen  en de zorgmedewerkers in het bijzonder sterk op de proef zijn gesteld. We weten inmiddels allemaal hoe moeilijk het is om ons gedrag op sommige momenten aan te passen aan wat nodig is. Dat is een grote uitdaging. Een uitdaging die ook in 2021 veel van ons zal vragen. Een uitdaging die daarom juist in deze eindcolumn centraal staat.

Ik wens jullie allemaal een heel veranderlijk en mooi 2021.