Goed beslagen ten ijs bij Wvggz

Goed beslagen ten ijs bij Wvggz

Op 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) in werking. Voor gemeenten en de hele zorgketen in de regio heeft dit nogal wat implicaties voor de manier van werken, waaronder de informatiedeling. Een ketenprogramma in opdracht van de ministeries Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport ondersteunt hen hierbij. Frank Hendriksen is als ketenarchitect vanuit M&I/Partners betrokken bij het programma. 

Zorg op maat

De Wvggz zorgt ervoor dat verplichte zorg niet alleen binnen GGZ-instellingen kan worden opgelegd – zoals nu binnen de Bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) – maar ook ambulant. Ook geeft de wet meer invloed aan de patiënt en zijn omgeving; zo kan de directe omgeving van een patiënt bijvoorbeeld de gemeente vragen om een verkennend onderzoek, legt Kees Keuzenkamp, programmadirecteur van het programma Implementatie Wvggz, uit. ‘In dat geval moet de gemeente op verzoek van familie, vrienden of buren binnen twee weken onderzoek doen naar de situatie van een persoon. Mocht een persoon – vaak gaat het om mensen met verward gedrag – zelf een alternatief plan hebben voor gedwongen zorg, dan kan een gemeente daar gehoor aan geven. Als dwang niet hoeft, dan niet. Maar als het moet, dan biedt de nieuwe wet een goed instrumentarium hiervoor. Gemeenten moeten alleen wel weten hoe ze dit instrumentarium moeten gebruiken, bijvoorbeeld in een crisissituatie of bij verkennend onderzoek.’

Informatiestromen

De nieuwe wet vergt meer afstemming tussen alle organisaties die in een regio betrokken zijn bij de GGZ. Het programma waaraan Keuzenkamp leiding geeft, ondersteunt hierbij de organisaties in de GGZ-keten: gemeenten, GGZ-instellingen, GGZ-afdelingen van ziekenhuizen die verplichte zorg mogen leveren, politie, OM, enzovoort. Keuzenkamp: ‘De afstemming onder de Wvggz is complexer dan onder de huidige wet. Om precies te zijn: er komen 130 nieuwe informatiestromen op gang, mede omdat het OM onder de nieuwe wet een grotere rol krijgt en de patiënt en zijn omgeving meer regie krijgen. Vaak gaat het om bijzondere persoonsinformatie. In al die 130 gevallen moet de afweging gemaakt worden: welke informatie móet verstrekt worden en welke informatie mág verstrekt worden? En aan wie dan?’

Veilige informatieuitwisseling

Het is belangrijk dat iedereen precies weet waar hij het over heeft. Daarom worden informatieproducten ontwikkeld met daarin de belangrijkste begrippen rondom de nieuwe wet. Daarbij is een veilige uitwisseling van informatie cruciaal. Frank Hendriksen is als ketenarchitect vanuit M&I/Partners betrokken bij het programma. ‘Een efficiënte en veilige uitwisseling kan het beste als de verschillende informatiesystemen in de keten aan elkaar gekoppeld zijn. Zo heb je meteen andermans informatie in je eigen systeem staan, voorkom je fouten en bespaar je tijd. Maar het vraagt wel om een aanpassing van bestaande infrastructuren.’ Hendriksen voerde met zijn collega’s een business case uit waarin hij keek in hoeverre aanpassing van de infrastructuur voor de verschillende partijen renderend was. Dit bleek voor iedereen zo te zijn. ‘Dit maakt de stap om de infrastructuur aan te passen, in ieder geval een stuk gemakkelijker.’

Oefenen met informatieuitwisseling

In 2019 is het de bedoeling dat gemeenten en andere partijen kunnen oefenen met de handreikingen en de informatie-uitwisseling. ‘Dan kunnen ze in een veilige omgeving kijken waar ze tegenaan lopen. Zijn er bijvoorbeeld nog onduidelijkheden in de handreiking en zijn er wellicht nog bepaalde hiaten in de informatievoorziening? Het is belangrijk dat gemeenten bij het inwerking treden van de Wvggz goed beslagen ten ijs komen. Wij helpen ze daar graag bij,’ besluit Keuzenkamp.