Standaardisatie van digitale gegevensuitwisseling vraagt offers

Standaardisatie van digitale gegevensuitwisseling vraagt offers


12 februari 2019

Uitgesproken Jan Houben - De inzet van ICT en technologie in zijn huidige vorm heeft te maken met standaardisatie en een vermindering van de keuzevrijheid. De patiënt is gebaat bij netwerkzorg, uitgevoerd door artsen die gegevens uitwisselen en zo de behandeling op een hoger plan brengen. Dat betekent: de gegevens invoeren op de manier die het systeem vraagt.

Ik maak het helaas maar al te vaak mee bij grotere ICT-implementaties in de zorg: de verschillende stakeholders nemen stelling. De een vindt dit, de ander vindt dat, and never the twain shall meet. Soms is het nog erger. De partijen in de zorg-ICT nemen geen stelling maar bestoken elkaar met lappen tekst en informatie. Niet alleen maar zakelijke overwegingen natuurlijk, dat begrijpt u. Verwijten, verdachtmakingen en insinuaties maken van zo’n betoog vaak deel uit. 

Vermindering keuzevrijheid

Het gekke is dat ik altijd wel begrijp wat de ruziemakers beweegt. De inzet van ICT en technologie in zijn huidige vorm heeft te maken met standaardisatie en een vermindering van de keuzevrijheid. Bestaande systemen zijn vaak maatwerk, ingericht op de wensen van een specifieke groep en in de loop van de tijd verfijnd. Veel vrije tekstruimte vaak, en daar houden artsen van. Ze kunnen hun gedachten de vrije loop laten en hun aantekeningen precies zo formuleren als zij dat willen. Heel bevredigend allemaal. 

Uitwisseling gegevens

Er is echter één groot bezwaar tegen zo’n aanpak: de arts in kwestie kan er – letterlijk – mee lezen en schrijven, maar andere zorgverleners kunnen er weinig mee. Uitwisselen van gegevens is niet of nauwelijks mogelijk. Die andere zorgverleners werken dus weer in hun eigen systeem en doen daar hun eigen ding. Ook weer naar volle tevredenheid. 

Patiënt gebaat bij uitwisseling

Maar er is hierbij één grote verliezer, en dat is de patiënt. De patiënt is gebaat bij netwerkzorg, uitgevoerd door artsen die gegevens uitwisselen en zo de behandeling op een hoger plan brengen. En die dus met elkaar kunnen communiceren. Dat vraagt offers, helaas. Dat vraagt namelijk dat de arts op een systematische manier gaan werken. Dat betekent: de gegevens invoeren op de manier die het systeem vraagt. Dat is niet altijd de manier waarop de arts het zou willen, maar het is wel de manier die het beste werkt. 

Verliesaversie

Nogmaals, dat artsen daar moeite mee hebben, dat begrijp ik. Verliesaversie, heb ik dat wel eens genoemd. Bij elke verandering zijn mensen gefocust op de negatieve gevolgen ervan, omdat ze deze aan den lijve ondervinden. Het duurt even voordat je ook de positieve gevolgen persoonlijk ervaart. 

Gestandaardiseerde werkwijze

Daar komt in dit geval nog iets bij: die positieve gevolgen slaan vaak elders neer. Bij collega’s, soms zelfs in andere zorginstellingen. Bij managers en bestuurders. Wellicht zelfs bij zorgverzekeraars. Allemaal partijen die je als arts uiteraard een warm hart toedraagt, maar die toch relatief ver afstaan van je eigen primaire proces. Uiteindelijk profiteert juist de patiënt van deze nieuwe, gestandaardiseerde werkwijze. En was het daar juist niet allemaal om te doen?